• Oceans

    “Ik zie de Oceaan, als een gemeenschappelijkheid. Als ik op het strand sta dan voel ik een verbinding met de rest van de wereld.”

    Bekijk

    Lees meer

    Oceans

    De zee speelt een invloedrijke rol in het werk en leven van Sjollema.
    Sinds 2011 verblijft ze de zomermaanden in haar atelier aan de kust van een Zweeds eiland in de Baltische Zee. De serie werken daar onstaan, vinden hun weerslag in de voortdurende nabijheid van de oceaan, maar gaan ook over reizen, ontmoetingen, verlangen verhuizen en thuiskomen. Zo reconstrueert ze verschillende werelden, door als een lappendeken sommige schilderingen samen te voegen en met draad te verbinden. Zodat alles zich naadloos kan hechten en de eventuele littekens kunnen helen.
    Zelf vertelt ze hierover het volgende ; ‘Ik kwam ter wereld in een huis gebouwd in een gebied veroverd op de zee. Tegenwoordig een wijk in de stad Leeuwarden, het nieuwe land, maar eigenlijk zou je kunnen zeggen dat ik ben geboren op de bodem van de zee.
    Als kind stelde ik me voor me voor hoe het zou zijn als het nog Oceaan zou zijn geweest, en hoe we onder water zouden wonen. En wie ik daar zou ontmoeten. Een centraal thema in mijn werk zou je ook de verbeeldingskracht kunnen noemen. Vooral zoals die van het kind.
    Later heb ik een aantal jaren gevaren, en s’nachts in mijn kooi, dan verbeeldde ik me de wereld onder me waarop ik me meebewoog. Hoe de oceanen me droegen van de ene haven naar de andere. Al die opgedane ontmoetingen en indrukken spelen ook nu nog een rol in mijn werk.

    Op een dag ontmoette ik, als in een sprookje, tijdens het snorkelen een wilde dolfijn. Dit was het begin van een serie reizen om overal ter wereld wilde dolfijnen en walvissen te ontmoeten.
    Jaarlijks breng ik vele uren onder water door. In de serie ‘Oceans’ duiken ze dan ook regelmatig op.
    Ik zie de Oceaan, het water, als een gemeenschappelijkheid, als ik op het strand sta, of aan de haven, dan voel ik een verbinding met de rest van de wereld, een verlangen naar avontuur en exotische bestemmingen en ontmoetingen.
    De oceaan roept en vertelt dat het allemaal mogelijk is. Ik hoef alleen maar op haar rug te klimmen.
    Ik post ook wel eens flessenpost, maar tot nu toe is er nog niets aangekomen.
    De zee is niet altijd betrouwbaar.
    Maar het is wel de maan die het tij maakt, en alleen aan de oppervlakte kan de wind het laten stormen.
    De horizon van Friesland, het wad, en de Oostzee zijn zo vergroeit in mijn blik dat het me na een paar dagen, als ik dan in de bergen ben, me altijd zo verbaast dat de lucht de hele tijd maar vol blijft met stenen’.

  • Genius loci

    “Nadat de tekening gereed is, snij ik alles wat overbodig is geworden weg.”

    Bekijk

    Lees meer

    Genius loci

    “Op één of andere manier doet het werk van Marijke Sjollema me denken aan het werk van de symbolistische kunstenaars van eind 19e eeuw. Er zit volgens mij ook een beetje Munch in haar werkwijze, kleuren en eigentijdse personages die heel verleidelijk kijken, maar die je het liefst met haar en huid willen verslinden. Haar wereld lijkt lieflijk en onschuldig, maar onderhuids borrelt een tweede wereld of ligt een nevel van mystiek. Knap vind ik ook de collagetechniek waardoor het werk één wordt met de drager of achtergrond. De fragiliteit wordt ook beklemtoont door het aquarel op papier, de lichtheid van de knipsels door het zonder een kader te presenteren.”

    Isolde de Buck, oktober 2008 op: www.galeries.nl

  • Aurora borealis

    “We dansen gewoon wat in het donker, en spelen blikspuit in het park”

    Bekijk

    Lees meer

    Aurora borealis

    Als kind in Friesland sliep ik onder een wollen deken.
    Op de hoek van die deken was een label genaaid met daarop een afbeelding een sneeuwlandschap met een rendier met een imposant gewei. Daarachter gespannen
    een slee hoog opgeladen met warme dekens en daartussen
    heel comfortabel een kindje. Dit hele tafereel beschenen door het noorderlicht, in vele kleuren in de hemel.
    Ik had het stiksel een stukje losgepeuterd om aan de achterkant uit te vinden waar die kleuren vandaan kwamen. De lange en felgekleurde draden maakten alles nog raadselachtiger. (Later wordt ons kennis gegeven, in ruil voor ons geloof in wonderen , en het is natuurlijk de kunst die wonderen te heroveren). Ik moest er altijd even naar kijken, al kon ik de tekst nog niet lezen.

    Later woonde ik in Canada en zag ik voordat ik ging slapen door de kanten gordijntjes het echte noorderlicht.
    Of we hadden buiten in de sneeuw een feest, als 17,18 jarigen, met veel lawaai uit de autostereo, een groot vuur, en daarboven het dansende noorderlicht, en geen flauw idee hoe geweldig je het eigenlijk wel niet hebt.

    Jaren later tijdens een heldere augustusavond, als de
    nachten op Öland al weer donker worden, liggen we buiten onder warme dekens. We speuren de sterrenhemel af naar vallende sterren, opeens verschijnt de aurora als een cirkel aan de horizon, en danst als een vergeten gewaande herinnering mijn leven in.

    Zo is de serie Aurora Borealis geboren.


    C.O. Jellema

    AURORA BOREALIS

    Hoe het begon – een haast onmerkbare verkleuring,
    een wolkje als eens mans hand, maar nu niet
    opstijgend uit de zee, van ergens in de lege,
    ijskoude poolnacht boven ons tussen de sterren
    een plek. We keken ervan op, zo anders dan
    boven de wegkruisingen thuis een neongloed,
    en vreemd, we zagen er de sterren nog doorheen.
    Snel groeide dan die vlek uit tot een brede,
    de ruimte overspannende geelgroene band,
    zich rekkend, omkrullend, wentelverwaaiend
    een baaierd die geen licht gaf, het licht was,
    een stralensluier die het duister duister liet.
    Het greep ons aan, kan ik je wel vertellen, wij,
    in onze warmste kleren, hielden het niet uit
    te blijven staan en, liggend op het achterdek
    – het schip voer rustig tussen kust en eiland door –
    dachten ‘zijn is de ziel, is naar de sterren kijken
    en daarheen langzaam worden opgelicht’ misschien.

    Noem het ontzag voor wat we zagen voor het eerst,
    een beetje werden we toen kind, voor ons gevoel
    was onze aarde weer plat vlak waarop de zee,
    de rotskust en het eiland hoedend overwelfd
    door weer de hemeltent, een koepel die het schijnsel
    doorliet van gene zij, en wat wij wisten over
    geladen deeltjes afgestoten door de zon,
    over de poolmagneetkracht, gloeiend dampkringgas,
    werd spoorloos in ons kijken uitgewist. Nee, foto’s
    heb ik niet willen maken, want geen sluiter, denk ik,
    hoe lang ook open vangt een lichtgeboorte zo
    in den beginne op, je zult het met het woord
    zelf moeten doen en dan je voorstelling daarbij,
    al deelt niemand die met je, maar geloven: dat
    geeft van een soort van eeuwigheid een glimp. – Tijd vliet,
    hier wordt het lente nu, narcissen bloeien, knoppen
    van de kastanjes zwellen; soms bewaart één uur
    een lengte levenslang, zoals daar ’s nachts aan dek
    dat stervenskoude onder ontelbare sterren
    met toen dat licht, en wij, ziende hoe het begon.

    Uit: STEMTEST, 2003

  • Humble Trees

    Hekapollo LauLau zegt: ‘Leibomen dragen meer fruit'.

    Bekijk

    Lees meer

    Water
    Water, ik zit in een boot
    en roei met de riemen die ik heb.
    Mist, ik laat me met de stroming meegaan.
    Er doemen schimmen op. De wereld achter een sluier.
    Ik zie hun ogen, ze kijken me aan en tonen, heel even, een ziel.
    Dan sluiten ze, naar binnen, dimmen.
    Stilte.
    Nu vogelgeluiden, ze maken wind met veren
    vvvvvvvvv

    Ik voel een leeuw in mijn buik brullen.
    Walvis geeft antwoord, het lied van gekende oceanen.
    Magie,
    Flarden van verhalen vervliegen in zonlicht.
    Ik zit in een koloriet die je alleen kunt voelen,
    en bereik de kust.

     


  • Portrettengalerij

    “En als je lichaam dan je woning zou zijn, dan zijn je ogen toch zeker de voordeur.”

    Bekijk